Graszoden leggen

Bij aanleg of herstel van de tuin zijn graszoden ideaal. Graszoden zijn binnen enkele weken vastgegroeid en dan is het gazon klaar.

Bewaren

Koop altijd versgesneden graszoden. Graszoden zijn een levend produkt en daarom beperkt houdbaar. Afhankelijk van de temperatuur is de houdbaarheid enkele dagen tot hooguit een dag bij hoog zomer weer. Zorg ervoor dat de graszoden niet uitdrogen. Maak ze eventueel vochtig en bescherm ze tegen de zon.

De voorbereiding

U begint met de grond eerst om te spitten. Voor het spitten de grond bemesten met oude stalmest of bemeste tuinaarde. Indien er erg vaste lagen in de grond zitten deze eerst doorbreken. Alle ongerechtigheden als stenen, wortelonkruid etc. verwijderen.

De grond gereed maken

De grond waarop u graszoden gaat leggen moet volkomen vlak zijn. Bovendien moet de ondergrond na het spitten weer in een vaste toestand zijn. Alle oneffenheden met bijv. de hark gelijk maken. De grond aanrollen of beter nog met de hakken aandrukken. Doet u dit niet dan zakt de grond bij regenval of lopen over het gazon in, wat later een ongelijkmatig gazon geeft. Nu het bovenste laagje los en fijn harken.

Grond vraagt bemesting om groeikracht te kunnen geven. Het is verstandig om een laagje bemeste tuinaarde of compost te strooien. Om verbranding van de wortels te voorkomen dient dit goed door de bovenste 10 a 15 cm gemengd te worden. De eerste maand beslist geen kunstmest toepassen.

Nu de grasmat leggen

Zorg dat de grond niet te droog is, indien nodig van te voren een beetje sproeien.Rol de graszoden zo snel mogelijk na ontvangst uit, zodanig dat ze strak tegen elkaar komen te liggen. Probeer de graszoden zoveel mogelijk in verband te leggen (zoals stenen in een muur).

Aan de zijkant van het gazon beter niet met kleine stukjes werken. De zijkanten van het gazon goed aanvullen met aarde.

Na het leggen van de zoden moeten ze stevig worden aangerold of geklopt. Geef nu in elk geval direct voldoende water. Bij zonnig weer zeker niet wachten tot 's avonds. Blijf voorlopig voldoende water geven. Bij droog weer goed opletten voor verdroging.